| Van onze redacteur Geert Sels
BRUSSEL. Falk Richter is 37, en al jaren een van Duitslands grote theaterbeloften. Zeker sinds hij in 1998 God is a dj schreef, een stuk dat in vijftien talen werd verspreid en waarmee hij vaste voet in heel Europa kreeg.
Een van zijn ambitieuzere projecten is het vierluik Das System, waarin hij de samenleving fileert. Het tweede deel daarvan, Unter Eis, was afgelopen weekend in Luik en Brussel te zien in een versie van de Schaubühne am Lehniner Platz. In Richters regie was het niets minder dan een spervuur.
Aan een podiumbrede vergadertafel zitten drie heren in onberispelijk pak. De oudste, Thomas Thieme, die we kennen van regies als Schlachten, Othello of L King of Pain van Luk Perceval, werkt zich in een leesspurt door zijn papierstapel.
Hij heeft het over zichzelf, zijn vader de luchtverkeersleider of het genoegen dat hij beleeft wanneer hij de last call op de luchthaven negeert.
De vertelling klinkt bevreemdend. Hoewel er emotionele gebeurtenissen of persoonlijke situaties ter sprake komen, is ze onbewogen en afstandelijk. Alsof er een klinisch rapport over iemand anders wordt afgehaspeld.
Deze man zijn snaar is geknapt. Hij is gebroken, tot stilstand gekomen, afgesneden van de realiteit. Falk Richter heeft daar een knap beeld voor gevonden. Voor deze man zit alles onder een dik pak ijs. Verweesd blijft hij achter. Een stukje drijfijs. De warmte waar hij op hoopt, is zoek. In tijden van belangrijke carrières liet hij die achter zich.
Dit stuk hijst zich op de hoogte van Tog Dogs van Urs Widmer of onlangs Eco van Dood Paard. Het slimme aan Unter Eis is dat het messcherpe analyses maakt, en voor de rest kwetsbaarheid naast economische persiflages plaatst. Een enkele keer vermoed je dat Richters hand door vergeldingsdrang gedreven is. Toch trapt hij niet in de val van de eenzijdigheid.
Briljant zijn de passages waarin hij het streberstaaltje op de hak neemt. Of een lang betoog waarin een saneerder voorstelt om de dode industrietakken (,,zoveel subsidies, we kunnen het geld beter gewoon uitdelen’’) af te zagen en de democratie tijdelijk op te heffen. Even maar, tot het tij gekeerd is. Een lapidaire opsomming overloopt een carrière: op de top in New York, dan Londen, dan Bremen, tenslotte Kiel.
Unter Eis biedt verschillende ingangen in de wereldmarkt: van globaal tot individueel, en van hilarisch tot poëtisch. Zonder dat het stuk ergens iets aan relevantie inboet. Een voorstelling die bijzonder nodig is.
Het heden ondervragen
De komst van de Berlijnse Schaubühne am Lehniner Platz, waar ook onze landgenoot Luk Perceval werkt, past perfect in de doelstellingen van het Festival de Liège. Al van bij de start, zes jaar geleden, maakte de biënnale er een punt van een beeld te willen ophangen van de wereld nu.
De derde editie heeft nog twee weken voor de boeg. Ze speelt zich hoofdzakelijk in Luik af, maar artistiek leider Jean-Louis Colinet laat regelmatig werk in Brussel passeren.
Hij heeft daar namelijk een optrekje: het Théâtre National.
Het mooie van dit festival is dat het zich niet tot de francofonie beperkt, maar het blikveld wijd opent.
Zo komt er nog dans van de Haïtiaanse New Yorker Marc Bamuthi Joseph (6 en 7/2), een monoloog van de Zweedse successchrijver Lars Norén (9 tot
17/2) en komt de Britse successchrijver Mark Ravenhill zelf een monoloog spelen (10 en 11/2). Toch Frans, en vorig jaar goedgekeurd in Avignon, is Les Marchands van Joël Pommerat (9 en 10/2). Over minderheden gaat Bloody niggers van Groupov (15 tot 17/2 en later een reeks in Brussel).
|